han_nefkens

Follow Us On

Het lot tarten

‘Ik schrik omdat ik bang ben het slapende virus wakker te schreeuwen met zo veel enthousiasme over wat er in 2009 staat te gebeuren. Het is alsof ik het lot tart.’

Dit schreef ik vijf weken geleden in mijn stukje ‘De tijd nemen’. Dat ik er ineens van uit durfde te gaan dat ik er over twee jaar nog zou zijn, maakte me een beetje nerveus. Niet omdat het onrealistisch zou zijn, alles was onder controle, maar ik voelde een irrationele angst dat zo veel bravoure onmiddellijk zou worden afgestraft door het leven. ‘Mijn gevoel komt niet overeen met de werkelijkheid’, schreef ik.

Maar mijn gevoel had het dus toch bij het rechte eind. Ik wist het toen nog niet, maar het virus heeft zich ondertussen zo weten te muteren dat het ook voor de medicijnen die ik vijf weken geleden nog gebruikte resistent is geworden. Flexibiliteit en vergaand aanpassingsvermogen zijn dé strategieën om te overleven, ik kan een voorbeeld nemen aan mijn sluwe roommate.

Natuurlijk heb ik het slapende virus niet wakker geschreeuwd met mijn enthousiasme over de toekomst. Het getuigt van grootheidswaanzin te denken dat een mens in staat zou zijn het lot te tarten. Het lot laat zich niet uitdagen, het slaat toe wanneer het wil, daar hebben wij geen enkele invloed op. Maar toch, het is wel typisch iets van het leven om op het moment dat jij vol vertrouwen het één beweert juist het tegenovergestelde te doen – al was het alleen maar om aan te tonen wie het nou eigenlijk voor het zeggen heeft. Het leven is een potentaat die alleen in bazigheid wordt overtroffen door de dood.

Dat klinkt mooi en theatraal, leuk om te gebruiken in een stukje, maar zover is het nu ook weer niet. Al heb ik dan geen invloed op het lot, ik ben wel een geluksvogel. Zoals in de afgelopen negentien jaar telkens weer het geval is geweest, zijn er nieuwe medicijnen voorhanden, juist op het moment dat ik ze nodig heb. Niet alleen zijn ze er, ik heb er ook toegang toe, en dat is meer dan drieëndertig miljoen van mijn collega’s kunnen zeggen.