han_nefkens

Follow Us On

De tijd nemen

‘Laten we het in 2009 doen.’ De conservator met wie ik een modetentoonstelling aan het samenstellen ben, strijkt haar Balenciaga-rok glad en neemt een slokje van haar cappuccino.

‘Ja,’ roep ik net iets harder dan ik bedoel, ‘2009, we nemen onze tijd!’

Ze ziet niet hoezeer ik bloos. In negentienenhalf jaar ben ik niet één keer zo brutaal geweest. Sinds ik weet dat een onwelkome gast zich in mijn lijf heeft genesteld, durf ik niet verder vooruit te denken dan het uitstapje van het komende weekend of de tandartsafspraak van volgende week. Alleen het nu is echt. Waar ik over een paar maanden zal zijn en wat ik dan precies zal doen, is slechts een vaag idee – zoals voor ‘normale’ mensen de toekomst met vliegende schotels en smeltende ijskappen ook onwerkelijk en eindeloos ver weg is.

Ik heb de gewoonte verloren om te plannen. Dat ik er nu ineens van uit durf te gaan dat ik er over twee jaar nog zal zijn, doet me schrikken. Niet omdat het onrealistisch zou zijn, de combinatie van hiv-remmers die ik nu gebruik werkt bijzonder effectief, alles is onder controle. Nee, ik schrik omdat ik bang ben het slapende virus wakker te schreeuwen met zo veel enthousiasme over wat er in 2009 staat te gebeuren. Het is alsof ik het lot tart.

Het voelt schaamteloos uitdagend om over zo ver weg te praten alsof het om de hoek is; het is niet gepast het bijzondere als vanzelfsprekend te behandelen. Hoe durf ik me iets toe te eigenen wat niet echt van mij is, maar slechts geleend – een lening die zonder opgaaf van reden ieder moment kan worden ingetrokken.

Ik heb de afgelopen negentienenhalf jaar altijd op kousenvoeten gelopen wat morgen betreft. Ik sloop zachtjes en voorzichtig, zonder het licht aan te doen, zodat ik het virus vooral niet wakker zou maken. Maar nu ineens geef ik morgen een naam, twee-duizend-negen, en daarmee eis ik automatisch minstens twee jaar op alsof het mijn goed recht is.

Het is nog even wennen hoe je dat doet, zo zelfverzekerd over de toekomst praten.